HOME | BOEKEN | AUTEURS | OVER SANTASADO | AGENCY | CONTACT

Vrij, Gelijk & Samenleven

Preview - terug naar het boek

Hoofdstuk 1 Algemene inleiding

Graag neem ik je mee in hoe dit boek tot stand gekomen is en wat je bij het lezen te wachten staat. In dit hoofdstuk lees je de aanleiding voor mijn interesse in een andere economie en samenleving, het vraagstuk waar dit boek over gaat, en in een notendop ook het hoopvolle perspectief. Dit hoofdstuk eindigt met een uitgebreide leeswijzer inclusief een toelichting voor de nieuwe woorden die we gebruiken.

1.1 Aanleiding: mijn verhaal

Stel je voor: een groot, wit, vrijstaand huis met drie paarden in de tuin, aan een brede laan met mooie, grote eiken erlangs, in een wijk vol witte mensen met andere grote huizen, aan de rand van het bos. In dat huis groeide ik als meisje op met mijn eigen pony in de tuin. Geen enkel klasgenootje woonde er in de buurt.

Er waren nauwelijks spelende kinderen op straat. We waren een traditioneel gezin van vijf; vader, moeder en een oudere en een jongere broer. Mijn vader werkte hard en mijn moeder zorgde voor ons. Mijn ouders verwachtten half-om-half dat ik met een man zou trouwen die voor mij zou zorgen. Lang heb ik gedacht dat ik eigenlijk een man had moeten zijn om een bijdrage te kunnen leveren aan de verandering van onze wereld. Dat denk ik gelukkig allang niet meer, maar het heeft mij wel moeite gekost om mij bewust te worden van mijn kwaliteiten. Ik moest uiteindelijk 38 jaar worden en zwanger zijn van mijn eerste kind, voordat ik zover was dat ik Economy Transformers kon opzetten: een beweging voor vernieuwing van de economische uitgangspunten om van daaruit gezonde structuren van samenleven en -werken vorm te geven, goed voor mens en aarde. Maar eerst nog even terug naar dat grote witte huis.

Ik herinner mij nog goed dat ik als puber na een avondje stappen thuis werd afgezet. Ik liet mij een paar huizen verderop afzetten, bij het kleinste huis in de straat. Ik schaamde mij voor ons eigen huis. Wat had ik gedaan om zo welvarend te mogen opgroeien, met sport en muziek, en prachtige natuurvakanties waar ik intens van genoot? Waarom ik wel en zoveel anderen om mij heen niet? Hoe zat dat precies? Waar was het geluk voor iedereen? Uit protest weigerde ik te gaan studeren aan de universiteit tussen ‘ons soort mensen’, zoals mijn oma mij geleerd had. Daarmee – zo voelde ik dat – zou ik de verbinding verliezen met de ‘gewone mens’ en dat wilde ik niet. Ik wilde bijdragen aan het verkleinen van, en liefst nog oplossen van de grote kloof tussen arm en rijk. Maar hoe? Dat zag ik toen nog niet.

Op school kreeg ik te maken met het tweede grote thema van mijn leven, het verschil tussen bedoeling en vorm. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Op de vrijeschool zijn veel mooie uitgangspunten, maar ik had last van de vormelementen die in mijn beleving vast waren komen te zitten en bepalend waren geworden voor wat er wel en niet gebeurde. Zoals de mooie bordtekeningen, de getuigschriften en de aandacht voor zelfgemaakte inhoud van de vrijeschool. Door de nadruk op de inhoud stond de relatie met de leerlingen onder druk, daar bleef geen tijd en ruimte voor over. De vorm voelde statisch en niet meer kloppend met de bedoeling. Het was een opgelegde vorm waar alle menselijkheid en flexibiliteit uit was verdwenen en die ik als onrechtvaardig ervoer. Ik was elke dag gefrustreerd, brutaal en boos. Ik moet toen niet te genieten zijn geweest, arme leraren. Maar het haalde weinig uit en ik geloof niet dat ik in staat was om goed uit te drukken waar het mij om ging. Vorm boven bedoeling, vorm als doel op zichzelf geworden, dan gaat het fout.

Dat heb ik daar sterk beleefd en werd een tweede leidmotief. Later op de universiteit (toch een jaar) kwam dit vraagstuk terug. Een professor leerde mij tijdens een van de eerste colleges: ‘Economen werken met modellen, ze kloppen niet, maar ze werken wel.’ Ik werd er boos van. Hoe kon de wetenschap zich hierbij neerleggen en geen verantwoordelijkheid nemen voor wat zij hiermee aanricht? Je maakt een abstractie, een model van de werkelijkheid die je niet goed begrijpt, stopt er nieuwe cijfers in, en daar pas je jouw beleid op aan, waarmee je diezelfde werkelijkheid weer beïnvloedt, die je bij aanvang al niet goed begreep. Wéér die mismatch tussen vorm en bedoeling. Ik ben na een jaar gefrustreerd weggelopen. De route om mij met economie bezig te houden zou anders lopen, niet via de reguliere wetenschap.

Nog een stapje terug, op mijn achttiende nam mijn vader mij mee naar een lezing van Lex Bos en toen werd ik wakker voor mijn levensmissie. Van hem hoorde ik voor het eerst de principes ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ uit de Franse Revolutie begrepen en toegepast als organiserende principes voor de inrichting van een samenleving. Hij vertelde hoe ze alle drie een eigen plek innemen om intrinsiek menselijk organiseren mogelijk te maken. Ik viel als een blok voor zijn verhaal over een samenleving als organisme, bestaande uit drie domeinen: recht, cultuur en economie, met elk haar eigen organiserende principe. Lex Bos vertelde over de ideeën die Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, ruim honderd jaar geleden hierover had. Steiner noemde dat de driegeleding van het sociale organisme. In een visioen zag ik mijzelf er lezingen over geven en er de wereld mee overgaan. In de praktijk van toen stond ik daar nog mijlenver vanaf als rebellerende jonge vrouw. Ik zou nog een lange weg afleggen.

Voor mijn eerste studie Multi Etnisch Welzijnswerk op de Horst in Driebergen liep ik negen maanden stage in Suriname bij stichting Jongere Vrouwen Centraal (JoVroC). Ik begeleidde tienermoeders die niet meer naar school mochten en kwam in contact met echte armoede die mij diep raakte. Ook werd rond die tijd vanuit het Internationaal Monetair Fonds een structureel aanpassingsprogramma opgetuigd in ruil voor financiële ondersteuning bij de problemen met de betalingsbalans. Dat was gebaseerd op het verkopen van de Surinaamse staatsbedrijven en het internationaal opengooien van de markten: op privatisering en liberalisering dus. De Surinaamse bevolking was boos en gefrustreerd over zoveel eisen in ruil voor steun. Ik realiseerde mij toen hoezeer wij ons westers economische denkmodel over de wereld exporteren en de implementatie ervan afdwingen met macht en geld. Een model dat voor onszelf ook niet werkt.

Ik zag de economie en huidige westerse samenleving als een stoomboot die onveranderd voortstuwt. Aan de voorkant vallen mensen van de boot het water in, mensen die het niet lukt aan de ratrace mee te doen. En achter op het dek staan hulpverleners zoals ik de mensen uit het water te vissen om ze terug te zetten op de boot. Maar voor hoelang? Er is niets veranderd, waarna ze feitelijk net zo gemakkelijk weer in het water vallen. Een eindeloos zichzelf herhalend proces. Hulpverleners zijn natuurlijk noodzakelijk, maar ik zag mijzelf iets anders doen. Ik wil dat er überhaupt geen mensen van de boot af vallen, waarom accepteren we dit? Dus heb ik in Suriname twee richtinggevende keuzes gemaakt:

• Ik stop met de hulpverlening en ga mij richten op de economie. Want hoe wij daarin met elkaar omgaan, bepaalt of we elkaar een menswaardig bestaan gunnen of niet.
• Ik ga terug naar Nederland, hoe fijn ik het ook heb in Suriname, om het westerse denken te helpen vernieuwen en om eraan bij te dragen dat we vruchtbare en zinvolle ideeën en gedachten over economie en samenleven met de wereld delen.

In deze keuzes kwam ik als 23-jarige al mijn angsten tegen. Doodeng vond ik het en ik heb lang op slot gezeten. Het vak economie had ik op school nooit gehad, de financiële pagina van de krant begreep ik niet en mijn vader liet mij vaak genoeg weten dat ik nog geen ton van een miljoen kon onderscheiden, wat ook wel een beetje waar was met mijn dyscalculie.

Maar wat ik wel heel goed begreep is het vraagstuk dat we met elkaar op te lossen hebben. We onderwerpen de wereld aan onze marktwetten en die kloppen niet. De vraag is werkelijk: hoe leven en organiseren we onszelf zodat we goed zijn voor alle mensen en de aarde? Dat er geen gapende kloof meer is tussen rijk en arm en dat we in staat zijn goed te zorgen voor onze natuur, in plaats van die op alle mogelijke manieren uit te buiten en te verwoesten? Deze vraag motiveerde mij om in 2009 Economy Transformers te starten als vernieuwingsimpuls voor onze uitgangspunten en praktijk in de economie en samenleving. De eerste notitie die ik daarover schreef heette Economie Herijkt! De reis binnen Economy Transformers en wat ik daarin allemaal tegenkwam beschrijf ik in de eerste bijlage. De sleutel daartoe is hoe we de uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal organiseren.

1.2 Het vraagstuk: uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal

Beschrijvingen van wat er mis is in de huidige samenleving zijn er al genoeg. Laat ik de pijn die ik daaraan beleef samenvatten met: het onbeschrijflijke verschil tussen arm en rijk en de manier waarop we omgaan met onszelf, elkaar en de natuur.

Economisch historicus professor Bas van Bavel van de Universiteit Utrecht beschrijft de kern van alle huidige problemen in de eerste zinnen van zijn boek De onzichtbare hand: ‘Alles wat noodzakelijk is voor menselijk leven komt tot stand door een samenspel van de productiefactoren grond, arbeid en kapitaal. Of – en in welke mate – mensen toegang hebben tot middelen van bestaan, voedsel en rijkdom, wordt onherroepelijk bepaald door de wijze waarop een samenleving de uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal organiseert. (…) De manier waarop vormt dus het fundament van elke samenleving.’

Ook zegt hij dat deze toewijzing en uitwisseling van grond, arbeid en kapitaal de sociale verhoudingen bepaalt, hoe wij als samenleving omgaan met ecologische en klimatologische uitdagingen en gevaren, hoe wij technische hulpmiddelen ontwikkelen en hoe we economische groei genereren.

De essentie van samenleven is voor mij dat we te onderzoeken hebben hoe we met grond, arbeid en kapitaal omgaan. Wat de gevolgen zijn van hoe we daar nu mee omgaan: een vrije markt voor grond, arbeid en kapitaal, gecombineerd met een sterke overheid die deze markt probeert te reguleren en sturen, in de volksmond de derde weg, het derde scenario. En hoe we er beter mee zouden kunnen en willen omgaan. Willen we dat alle mensen het goed hebben op aarde, dat we geen oorlogen meer voeren om land en grondstoffen, dat mensen niet meer voor geld of eten hoeven te migreren? Als we dat allemaal willen, hoe moeten we dan met grond, arbeid en kapitaal omgaan? We hebben naar een alternatief toe te bewegen en dit boek gaat over dat alternatief.

Vanuit de visie van Economy Transformers leveren alleen de vernieuwingsimpulsen die zoeken naar alternatieve vormen van toewijzing van deze productiemiddelen voorbij de staat-marktuitwisseling van nu, een structurele bijdrage aan het bouwen van een menswaardige samenleving. Veel kritische denkers die wel de analyse scherp maken over wat er mis is met het neoliberalisme, blijven bij het zoeken naar oplossingen toch knippen en plakken (zoals ik dat noem) binnen dat bestaande krachtenveld van staat en markt. Voorbeelden van oplossingen op die manier zijn belastingnivellering en nog meer wetten en regels voor duurzaamheid. Ook de initiatieven die de gemeenschap als derde speler naast overheid en markt inbrengen, richten zich vaak nog niet op het uitwisselings- en toewijzingsvraagstuk voorbij de markt en staat, en raken daarmee nog niet de kern van het probleem, hoe mooi de afspraken ook mogen lijken.

1.3 Hoopvol perspectief

Er is werkelijk een alternatief. Vanuit het perspectief van Economy Transformers is er een nieuwe weg om met grond, arbeid en kapitaal om te gaan en vorm te geven aan een gezonde economie en samenleving. Wij noemen dit de vierde weg of het vierde scenario. Een weg die gelukkig ook steeds meer mensen wereldwijd weten te vinden. Op deze weg zoeken we naar systemen waar grond, arbeid en kapitaal van zichzelf zijn. Hier kom je uit op de bewegingen van de commons (gemeengoed), commoning en peer governance die wereldwijd gaande is, en die aansluiten op een stroom in de geschiedenis die er ook altijd al geweest is. Grond, arbeid en kapitaal beheerd, gebruikt en toegewezen van, voor en door mensen. Strikt genomen bestaat de staat en de marktelite natuurlijk ook uit mensen. Maar ik bedoel hier mensen die als gelijken onder gelijken met elkaar afstemmen en tot uitwisseling en toewijzing komen. Dan is de grote vraag: hoe organiseer je dat? Als grond, arbeid en kapitaal niet meer naar de hoogste bieder gaan via de markt, of door de staat worden toebedeeld, of door een combinatie van deze twee, hoe regel je dit dan met mensen onderling? Daar is samenlevenskunst voor nodig en daar wil dit boek ook een antwoord op geven.

In dit boek reik ik je ons perspectief aan op het grote maatschappelijke vraagstuk hoe we het verschil tussen arm en rijk de wereld uit krijgen en hoe we onze omgang met de aarde en elkaar weer gezond maken. Hoe je al je samenwerkingen zo kunt organiseren dat het recht doet aan alle mensen waar je mee te maken hebt, tot zeven generaties na jou en de aarde. Ook geven we je handvatten hoe je daar zelf mee aan de slag kan gaan, gewoon in het hier en nu, met wie jij nu bent. Op basis van de nieuwe uitgangspunten voor samenwerken en samenleven vanuit vrij-gelijk-samen, kan je tot werkelijk structureel nieuwe vormen komen die daarmee in overeenstemming zijn. Een hoopvol perspectief, te beginnen bij hoe wij, jij en ik zelf aan bij kunnen dragen, met onze eigen initiatieven, van binnen naar buiten levend, vanuit eigen kracht en passie. Hoe jij en ik op basis van liefde en vertrouwen werkelijk Gelijk aan elkaar kunnen samenwerken en daarbij nu al grond, arbeid en kapitaal als gemeengoed kunnen uitwisselen en toewijzen. Hoe wij met elkaar, stap-voor-stap, van de grond af een nieuwe samenleving kunnen opbouwen die ‘klopt’ met wie we zijn, en die het beste in ons naar boven haalt, voorbij het knip-en-plakstadium waar we al zo lang in zitten.

‘Wees de verandering die je in de wereld wilt zien gebeuren.’ – Mahatma Gandhi

Al mijn inzichten en ervaringen van de afgelopen decennia komen nu samen. De reis die ik met en binnen Economy Transformers maakte, heeft mij veel geleerd over ondernemen in een zelfsturende organisatie, over vrij-gelijk-samen, over de zes sleutels en hoe het organiseren vanuit de cirkel met de punt antwoorden zijn op de vragen waar ook ik mee worstel. Alles in dit boek schrijf ik op basis van mijn eigen leringen, ervaringen en inzichten die ik opdeed, met name tijdens het onderzoek dat ik mocht doen met onze deelnemers in de leergangen en praktijkgroepen. Geïnspireerd door Rudolf Steiner die begin vorige eeuw de maatschappelijke toepassing van de begrippen vrijheid, gelijkheid en broederschap voor de wereld ontsloot: de bron voor ons werk. Vrij-gelijk-samen en de zes sleutels zijn poorten naar een mens- en aardewaardige samenleving op basis van liefde en vertrouwen, te beginnen in een deelgenootschap. Bouw je mee?

De noodzaak voor een nieuwe organisatievorm
Rond mijn 25e verloor ik mij in de grote wereldproblemen en kwam ik vast te zitten, omdat ik niet wist waar ik moest beginnen met een bijdrage leveren aan het mooier maken van deze wereld. Tot ik mij realiseerde dat deze wereldproblemen ook heel dicht bij huis voorkomen, in elke vorm van samenwerken. Want elk individu is de grootst mogelijke eenheid binnen elk systeem. Jij en ik bevinden ons altijd in samenwerkingsverbanden en wij kunnen een eigen ruimte creëren binnen de bestaande systemen, waarin we de basis van ons samenleven en -werken zo inrichten dat we allemaal Vrij, Gelijk en Samen zijn.

Veel initiatieven komen in eerste instantie tot stand door de vrijwillige inzet van mensen. Omdat je iets voor je ziet en voor elkaar wilt krijgen. Je start dan vanuit gelijkheid en vanuit vereende krachtsinspanning. Iedereen draagt bij vanuit eigen kracht en passie, en zo zou je dan het liefst ook willen blijven organiseren, als platte organisatie, zelfsturend.

Al snel heb je als initiatief een rechtsvorm nodig en krijg je te maken met het vastleggen van het eigendom, de zeggenschap en de aansprakelijkheden in functies en posities. De notaris vertelt je alle risico’s en de rechten die je hebt op een aandeel, winstdeling, de zeggenschap, enzovoort. Wat doe je dan?

Je kiest (onbewust van de krachten die spelen in elke juridische vorm) een vorm waarmee je het nieuwe initiatief in de oude structuren manoeuvreert. Voor je het weet breng je onbedoeld de geest van angst, controle en hiërarchie je initiatief binnen, ook al probeer je hierbij zoveel mogelijk van jezelf te behouden. Het gebeurt regelmatig dat het initiatief en de mensen afdrijven van de oorspronkelijke intentie en het doel dat er ooit was. Naarmate bijvoorbeeld de coöperatie meer leden telt die verder afstaan van de organisatie, de zaak complexer wordt en het bestuur steeds meer taken oppakt vanuit gevoelde verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, trekt zij ook steeds meer besluiten naar zich toe of eist deze zelfs op. Leden verliezen langzaam hun energie en betrokkenheid.

Soms kan het bestuur dit nog niet alleen dragen qua tijdsinvestering, want het geld om dit betaald te kunnen doen is er wellicht nog niet. De frustratiegraad neemt toe bij de leden en nu ook bij het bestuur. Langzaam verdwijnen de passie, de energie en de ruimte om op een fijne manier met elkaar samen te werken en mensen haken af. Er is toch altijd iemand die het meer voor het zeggen heeft. Dat heeft meestal onschuldige en onbedoelde motieven, maar het is zonde en kan voorkomen worden met meer bewustzijn over de werking van de huidige juridische structuur op je samenwerking en meer begrip van hoe je een eigen ‘rechtsruimte’ creëert.

Een andere aanpak is dat je blijft pionieren buiten de bestaande (juridische) structuren om. Maar zonder duidelijke vorm ben je als initiatief vaak stuurloos, dat heb ik zelf meegemaakt met Economy Transformers. Je hebt als samenwerkingsverband nu eenmaal structuur nodig. De mooiste vorm voor Vrij, Gelijk en Samen is voor mij organiseren vanuit de cirkel met de punt, wat wij een deelgenootschap zijn gaan noemen. De punt vertegenwoordigt de gemeenschappelijke intentie (de bron), die je vanuit zes sleutels invulling geeft. Deel 2 van dit boek geeft je uitgebreide handvatten om tot een brondocument te komen waarin je jouw uitgangspunten opschrijft en de uitwerking daarvan, tot in de vormen en structuren die daarmee in lijn zijn.

Het gaat uit van het vertrouwen dat alle mensen uiteindelijk vanuit passie en met hun capaciteiten bij willen dragen aan een groter geheel. En dat wij mensen het leven voor alles en iedereen om ons heen mogelijk willen maken, inclusief voor onszelf. Een platte samenwerkingsstructuur die je eerst met elkaar bepaalt vanuit een nieuw rechtsgevoel, waarna je een brug bouwt naar de bestaande juridische realiteit waar je liefdevol mee samenwerkt, maakt dat je jezelf én Vrij én Gelijk én Samen gaat voelen. Doorgedacht op alle aspecten van organiseren, de zes sleutels. Dat kan nu al, je hebt er geen overheid voor nodig die dit voor je mogelijk maakt, al zou dat soms natuurlijk heel ondersteunend zijn. Je hebt deze ruimte zelf te creëren vanuit vrij-gelijk-samen en dit boek gaat je daarbij ondersteunen. Want na vijftien jaar pionieren ligt er inmiddels een body of knowledge waar we allemaal de komende decennia mee verder kunnen.

Voordelen:
• Je kunt er direct mee beginnen, de juridische brug komt wel als je die nodig hebt.
• Je hebt meteen een duidelijke structuur voor ‘plat organiseren’ vanuit vertrouwen.
• De zes sleutels helpen je om dit op alle aspecten door te voeren, zodat het klopt.
• De kracht is het vertrouwen in de persoonlijke betrokkenheid en passie van de deelgenoten.

‘You never change things by fighting the existing reality. To change something, build a new model that makes the existing model obsolete.’ – Richard Buckminster Fuller

1.4 Voor wie is dit boek?

Ten eerste is het geschikt voor alle mensen en organisaties die vastlopen in het huidige systeem en zin hebben om het radicaal anders te gaan doen; werken op basis van gelijkheid en liefde en vertrouwen. Als jij dat bent, zou ik tegen je willen zeggen: maak een start, experimenteer en neem uit dit boek datgene over wat je zinvol lijkt en voor jou werkt. Leg wat (nog) niet resoneert naast je neer en deel vooral al je ervaringen met ons netwerk. Het is het makkelijkste voor een initiatief dat nog moet starten, dan kan je het van de grond af aan ‘goed’ doen. Maar ook bestaande organisaties met een verlangen naar vrij-gelijk-samen, of die te maken hebben met een overdrachtsvraagstuk, kunnen heel goed aan de slag met dit boek, als je maar wilt.

Klik hier om de preview als pdf te downloaden

Bestel het boek bij Amy en Eva | Managementboek.nl | bol.com | Libris.nl | Bruna.nl | Zoek een boek | Athenaeum/Scheltema | Donner

Terug naar het boek | Meer informatie over de auteur
 

HOME | BOEKEN | AUTEURS | OVER SANTASADO | AGENCY | CONTACT

(c) 2026 Santasado.com